Het verhaal van Adon
Adon is opgegroeid in de Syrische stad Latakia. Na een theologie studie in Libanon is hij nu al zes jaar de voorganger van een kerk in de Syrische stad Homs. Hij koos er bewust voor om terug te gaan naar zijn eigen land om daar de kerk te dienen. Daar woont hij nu samen met zijn vrouw en zijn dochtertje.
De situatie in Syrië maakt dat veel mensen, en vooral jongeren, het land verlaten om ergens anders een betere toekomst te zoeken. Adon koos ervoor om te blijven. ‘Een optie zou zijn om naar het Westen te gaan, maar hebben ze mij daar nodig? Ik wil naar plekken waar mensen lijden, om daar te helpen. Die plek is nu mijn eigen land, ik voel mij verantwoordelijk.’
De kerk
Adon vertelt dat het ingewikkeld is om de situatie in Syrië samen te vatten. Na ruim vijftig jaar onder het Assad-regime te hebben geleefd, zoekt het land na de val van het regime naar een nieuwe houding. Er zijn nog veel onbeantwoorde vragen waar mensen mee leven: wie regeert nu het land? Wie is nou de vijand? Hoe moet het financieel?
In deze onzekerheid is de kerk zich er bewust van geworden dat ze zich moet verenigen om anderen te helpen. Adon vertelt dat zijn kerk zich verantwoordelijk voelt om voor elkaar te zorgen én voor de mensen rondom de kerk. ‘Want wie is je naaste? Volgens Jezus iedereen! Ongeacht wat hij of zij gelooft.’ Voor Adon komt het dienen van anderen allereerst voort uit zijn geloof in Jezus Christus. Dat maakt dat Adon altijd hoop heeft. ‘Ook al hebben we maar vijf broodjes en twee visjes, we kunnen altijd wat betekenen.’
Hoop
Praten over hoop kan volgens Adon heel theologisch, maar in zijn leven werd het het meest tastbaar toen hij een paar maanden geleden zijn pasgeboren dochter in zijn armen had en naar haar lachte. ‘Ik heb geen enkele zekerheid over haar toekomst en hoe het zal zijn,’ zegt Adon, ‘en toch lachte ik naar haar. Ik beloofde alles voor haar te doen wat in mijn macht is.’ Adon heeft één doel: zijn geloof en de hoop die hij heeft doorgeven in het vertrouwen dat het op een dag beter zal worden dan nu.