Het verhaal van Rahel

De Zwitserse Rahel woont met haar Albanese man Bledi en hun vier kinderen in Laç, in het noorden van Albanië. Bledi is pastor in de kerk en het gezin probeert op veel verschillende manieren de mensen in Laç bij te staan en bij Christus te brengen. 

Rahel vertelt het verhaal van een van de gezinnen, een alleenstaande moeder met vier kinderen: ‘De vader van de kinderen is weg – en dat is eigenlijk maar goed ook. Hij was alcoholist en sloeg zijn vrouw en kinderen.’ Het gezin woonde in een huisje tegen een koeienstal aan, vlak naast de snelweg – geen veilige situatie voor kleine kinderen!

De moeder van het gezin had een slechte baan, haar baas riep haar op de vreemdste tijden op om te werken, bijvoorbeeld om 4 uur ‘s nachts, en zorgde ervoor dat ze op feestdagen niet bij haar kinderen kon zijn. De kinderen gingen ook niet naar school

Een betere plek

Het gezin van Rahel zorgde ervoor dat deze moeder met haar kinderen kon verhuizen naar een betere plek. Ze betaalden één jaar de huur, zodat de moeder een betere baan kon zoeken. ‘Maar’, zegt Rahel, ‘we willen hen niet alleen vis aanbieden, maar juist ook leren om zelf te vissen.’

Nu woont het gezin in een huisje dat ze zelf kunnen betalen met het geld dat de moeder verdient bij een nieuwe baan waar ze zeven dagen per week werkt. De oudste kinderen gaan naar school en de jongsten naar een dagopvang. Eind goed, al goed?

‘Nee’, deelt Rahel eerlijk, ‘de oudste dochter is 12, maar zorgt voor alles in huis en voor haar broertjes en zusje. En in het huisje staan amper meubels – er zijn bijvoorbeeld twee matrassen voor alle vijf de gezinsleden.’ Ze vertelt ook dat de kinderen niet goed weten hoe ze met andere mensen moeten omgaan en de moeder weet niet goed hoe ze voor haar kinderen moet zorgen.

Kracht

Als westerling keek Rahel hier heel planmatig naar: ‘We moeten eerst dit doen, en dan dat, en dan komt alles goed. In praktijk werkt dat lang niet altijd.’ Ze deelt dat ze best wel eens ontmoedigd raakt. ‘We doen ons best en doen heel veel, maar het is niet genoeg om écht iets te veranderen. We hebben niet zoveel geld, tijd en mankracht als we zouden willen hebben.’

Toch gaat ze door. ‘Ik ben soms uitgeput, dan heb ik niet eens meer de energie om mijn eigen huis schoon te maken en lukt het me niet goed om contact met God te zoeken. Toch weet ik dat ik bij Hem moet zijn. Als ik tijd met Hem doorbreng, geeft Hij mij kracht. Ik kan Zijn kracht vervolgens weer uitdelen aan de mensen in Laç.’

Terug naar het Diaconaal project