Het verhaal van Sajmir
Echt gezien worden – dat is iets wat Sajmir, pastor van de Mozaik-kerk in Lüshnje, als kind niet vaak meemaakte. Hij groeide op in een arm moslimgezin en is de jongste van 8 kinderen. Zijn vader was alcoholist en had geen echte aandacht voor de kinderen. De mensen in hun omgeving keken op hen neer en sloten hen buiten. Sajmir mocht bijvoorbeeld niet meedoen met voetballen. Maar God brengt een ommekeer in zijn leven.
Als hij 11 jaar is, komt hij ineens een groep mensen tegen waarbij hij wél mee mag doen met sporten. Ze blijken christen te zijn en vragen of Sajmir meegaat naar de kerk. Hoewel zijn ouders daar totaal niet blij mee zijn, besluit Sajmir toch te gaan. Daar ervaart hij iets wat hij nog nooit eerder meegemaakt heeft: hij wordt gezien, welkom geheten! En naast dat de aanwezige mensen aandacht voor hem hebben, hoort hij ook over een Iemand anders die liefheeft en echt van hem houdt: God.
Maar als hij thuiskomt, slaat zijn broer hem, in opdracht van zijn vader, in elkaar. Ondanks de pijn en de kloof die zo ontstaat tussen hem en zijn gezin, blijft Sjamir naar de kerk gaan – en daardoor in elkaar geslagen worden. Hij wordt christen, en later zelfs pastor. De kerk in Lüshnje start in zijn woonkamer, en groeit langzaam maar zeker uit tot een gemeenschap met een eigen gebouw.
De kerk is erg naar buiten gericht, naar mensen die buiten de samenleving vallen. ‘We willen met en voor hen zijn, omdat we geloven dat Jezus net zo veel van hen houdt als van jou en mij’, zegt Sajmir. Ze zo helpt de kerk met voedselpakketten, medicijnen en bijvoorbeeld naschoolse programma’s waarin kinderen hulp krijgen met schoolwerk, een maaltijd, en ondersteuning bij dat wat zij nodig hebben.
Sajmir: ‘Het begint met omzien naar een ander.’ In zijn eigen leven heeft Sajmir het verschil gemerkt, dat wil hij anderen ook bieden. In de gemeente zien ze jongeren opbloeien en hun steentje ook weer bijdragen aan het werk in de kerk. Jongeren die eerst niet konden meekomen op school hebben zich door het naschoolse programma ontwikkeld en kunnen nu zelfs gaan studeren. (lees bijvoorbeeld het verhaal van Jolian of Joglid.
In een hele arme buurt, net buiten Lüshnje is en groep kinderen bij het naschoolse programma van de kerk. Ze hebben slecht passende kleding aan, vieze gezichtjes en een aantal kinderen zijn broodmager. Sajmir kijkt om zich heen, en stelt: ‘Die jongeren die nu gaan studeren en die helpen in de kerk, die liepen er net zo bij voordat ze leerden dat ze geliefd zijn door God, voordat we hen konden helpen. Kun je nagaan wat een verschil we kunnen maken!’