Terug naar overzicht

De club kan overweldigend zijn

We willen graag dat alle kinderen zich welkom, veilig en thuis voelen op de club van de kerk, ook kinderen met autisme. Toch is de club voor deze kinderen vaak niet de makkelijkste plek. Om de club meer autisme-proof te maken, nemen we een kijkje in het brein met autisme. Daarna volgen wat tips om aan te sluiten op wat het kind met autisme nodig heeft. Vaak werken dezelfde tips overigens ook goed voor andere kinderen met ingewikkelder gedrag.

5 min 07-09-2026

Tussen kinderen met autisme zijn evenveel verschillen als tussen alle andere kinderen. Dat maakt dat inmiddels van autisme-spectrum-stoornissen (ASS) gesproken wordt. Het woord ‘spectrum’ houdt in dat er veel manieren zijn waarop autisme tot uiting kan komen.

Overprikkeling

Als belangrijkste kenmerk van autisme wordt vaak overprikkeling genoemd: informatie en prikkels uit de omgeving komen hard binnen. Het kind wordt er gemakkelijk door overspoeld. Je zou het kunnen vergelijken met een zeef met grote gaten. In het algemeen komt er veel irrelevante informatie op ons af. Bij mensen zonder autisme wordt die als vanzelf uitgefilterd. Bij mensen met autisme gebeurt dat niet: alle informatie komt binnen.

Dat filter voor prikkels merk je bijvoorbeeld als je een klok niet meer bewust hoort tikken. Bij mensen met autisme werkt dat filter niet of anders, waardoor sommige prikkels onverminderd binnen blijven komen. Daardoor is het brein overactief en veel bezig met details. Ook het vinden van samenhang in al die details kan lastiger zijn, waardoor het kind sneller overzicht verliest. Sociale informatie kan het bijvoorbeeld moeilijker verwerken

Reguleren

Wees je ervan bewust hoe intens de wereld voor een kind met autisme is. Ook een kinderclub kan overweldigend zijn. Het kind doet van alles om deze overprikkeling te reguleren, bijvoorbeeld door zich terug te trekken uit sociaal contact om de prikkels te vermijden. Het kan fysiek proberen rustig te worden (bijvoorbeeld door middel van bijten op kleding, bepaalde bewegingen maken) of op zoek gaan naar zo veel mogelijk voorspelbaarheid.

Hoewel de overprikkeling vaak een last is, heeft dat gedetailleerde denken ook een mooie kant. Kinderen zijn bijvoorbeeld sterk met logica, feiten onthouden of creatief denken.

Hoe help je een kind met autisme zich prettig te voelen op jullie club?

Sociaal contact en communicatie zijn vaak lastig voor kinderen met autisme. Waar vroeger wel werd gedacht dat kinderen met autisme weinig inlevingsvermogen hebben, zien we nu dat juist deze kinderen ongelooflijk gevoelig kunnen zijn. Alleen: grapjes begrijpen, winnen of verliezen, je aan regels houden of ermee omgaan als een ander dat niet doet – dat kan allemaal lastig zijn. Voor het kind, zijn leeftijdsgenootjes én de clubleiding kan het een grote uitdaging zijn om zulke sociale situaties in goede banen te leiden. Waar kun je beginnen?

Creëer voorspelbaarheid

Een kind met autisme zal meestal beter gedijen bij een gestructureerde opbouw van de club, waardoor het weet waar het aan toe is. Je kunt het programma ondersteunen met pictogrammen. Zorg dat je zeker weet dat je na kunt komen wat je aankondigt. Laat het kind of de ouders – indien mogelijk – vooraf weten wie de clubleiding van deze week is of wat de activiteit zal zijn. Zeker als een activiteit buiten het gewone programma valt, is dit vaak zinvol.

Help extra bij vrije momenten

Vrije momenten, zoals vóór de aanvang van de club of in pauzes, leveren veel prikkels op. Die vragen dus meer sociale vaardigheden en inzicht. Het is goed om op deze momenten het kind extra te ondersteunen: in de buurt blijven, het kind persoonlijke instructie geven hoe het de pauze kan doorbrengen of een specifieke rol te geven. Je kunt bijvoorbeeld denken aan drinken inschenken of boekjes uitdelen.

Signaleer overprikkeling en sluit hierop aan

Niet bij alle kinderen met autisme is overprikkeling duidelijk herkenbaar. Sommigen trekken zich terug, anderen worden boos of verdrietig. Ook verschilt het per kind wat overprikkelend is en wat helpt om weer tot rust te komen. Het is goed om ouders te vragen hoe je overprikkeling aan dit kind kunt zien en wat kan helpen. Voor sommigen is een koptelefoon bijvoorbeeld fijn om geluiden te dempen, maar andere kinderen vinden het heel naar om een speciale behandeling te krijgen.

Als er overprikkeling is en hierdoor een ingewikkelde situatie ontstaat, zoals een ruzie met een clubgenootje of brutaal gedrag, is dat meestal niet het beste moment om in gesprek te gaan. Help het kind eerst tot rust te komen en kom er pas later op terug. Dat kan ook pas een week later zijn, in overleg met een ouder.

Communiceer duidelijk

Zeker bij overprikkeling, maar eigenlijk altijd, is het fijn om kort en duidelijk te communiceren. Geef het kind één opdracht tegelijk en check of je boodschap goed is overgekomen. Om informatie te verwerken help het bij autisme niet per se als je ‘iemand moet aankijken’. Verder is het goed om een vraag al aan te kondigen voordat je actie verwacht, zodat het kind even de tijd heeft om het te verwerken en zich voor te bereiden. Denk aan: over vijf minuten gaan we opruimen, of: na het verhaal mag jij zeggen welk liedje we gaan zingen.

Geef ruimte aan hun eigenheid

Het brein van een kind met autisme werkt anders. Dat is ook iets moois! God heeft ze daarmee hun eigen talenten gegeven, waarmee ze mogen dienen in Zijn koninkrijk. Verschillen tussen mensen mogen er zijn. Probeer dus niet te veel ‘normaal’ gedrag te verwachten als dit moeilijk is voor een kind (wat is trouwens normaal?).

Stem af met de ouders.

Zij weten het beste wat wel en niet van hun kind verwacht kan en mag worden. Laat hen voelen dat je het belangrijk vind dat de club ook voor hun kind een fijne plek is om te zijn en te leren over God. Probeer je te verdiepen in de interesse van het kind. Het kan je wellicht heel veel interessants vertellen over ringstaartmaki’s, planeten of kerktorens. Als het kind tenminste zo’n interesse heeft – want jij weet inmiddels dat dat niet altijd zo is!

Geschreven door: Anne-Marije Levering

Leestips over autisme

  • Veilig bij God; over autisme, geloof en kerk
    Hanneke Schaap-Jonker en Janneke Schothorst-van Roekel (red.) 
  • Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit
    Bianca Toeps 
  • Ik benautastisch (voor kinderen vanaf 8 jaar)
    Bianca Toeps & Esther Walraven