De kerk is niet grenzeloos
‘De kerk is precies dát waar Jezus tegenin ging in zijn verkondiging en datgene waar zijn discipelen tegen moesten vechten’, zo schijnt de filosoof Nietzsche te hebben gezegd. Hij had veel met Jezus, en niets met het instituut kerk. Dit is nog steeds een vrij populaire gedachte: Jezus stond voor vrijheid en was inclusief. Hij zocht de mensen aan de onderkant van de samenleving op! Die spontaniteit verdween geheel toen de kerk op het toneel kwam. De kerk is een club van mensen die allemaal hetzelfde (moeten) denken en die zo’n beetje dezelfde achtergrond hebben. Als je anders denkt of doet, dan lig je eruit.
Het is niet geheel onwaar, laat ik daar maar mee beginnen. De kerk staat niet echt bekend als een plek waar iedereen die anders is dan gemiddeld (wat dat dan ook is) van harte welkom is. Daar zit ook wel een andere kant aan, maar daar straks iets meer over.
De kerk staat niet echt bekend als een plek waar iedereen die anders is dan gemiddeld (wat dat dan ook is) van harte welkom is.
In dit artikel gaat het om de spanning tussen aan de ene kant de oneindige breedte en genade van het Evangelie (God wil ‘dat alle mensen zalig worden’, 1 Tim. 4:2) en aan de andere kant het exclusieve van Handelingen 4:12 (‘er is onder de hemel geen andere Naam [-] waardoor wij zalig moeten worden’). Hoe houden we die spanning vast in ons gemeente-zijn, zonder naar de ene of de andere kant door te slaan?
Een gevarieerd beeld
Als we rondkijken in de wereldkerk, dan zien we een gevarieerd beeld. We zien kerken die uitnodigend en zelfopofferend zijn, maar we zien ook lokale gemeenten waar een members only-beleid van toepassing is. Ik geef een paar voorbeelden.
Ik was jaren geleden een keer in de Jacobikerk, in de binnenstad van Utrecht. Op een bepaald moment in de dienst begint een mevrouw – met de kenmerken van iemand die dakloos is – voor de kansel heen en weer te lopen. De predikant reageerde heel rustig en zei heel warm tegen de vrouw: ‘Mevrouw, gaat toch lekker zitten, daar is nog plek op de voorste rij’. En dat deed ze. Onder het gebed begon ze opeens hartverscheurend te schreeuwen. De predikant was even stil, hij liet het gebeuren en haar ‘schreeuw naar God’ (zo ervaarde ik het) werd deel van het gebed.
Wat me opvalt in veel gemeenten die de achterban van de HGJB vertegenwoordigen, is dat we allemaal zo hetzelfde zijn (ik hoor daar zelf ook bij). De meeste mensen zijn wit, hebben een goed inkomen en rijden een prima auto. In die gemeenten zien we nog relatief veel (jonge) kinderen en de focus ligt vooral op gezinnen. Ik weet dat dit plaatje aan de achterkant veel genuanceerder is, maar dit is wat buitenstaanders zien. En dan is het als jongere, homo, single of iemand van een migrantenachtergrond niet gemakkelijk om erbij te horen. Daar moet je dan in ieder geval heel erg je best voor doen.
M’n tweede voorbeeld komt uit Nairobi in Kenia. Ik ben regelmatig op bezoek geweest bij een gemeente in de sloppenwijk van Kawangware. Het is een gemeente met veel arme mensen uit de wijk. Een ander deel van de kerkleden heeft een goed inkomen en zij wonen wat verder weg, in betere huizen. Er is ook een groep Zuid-Soedanese vluchtelingen die deel uitmaakt van de gemeente. De kerk heeft een basisschool voor kinderen in de buurt. Al met al is het een heel diverse club mensen. Als het gaat om kennis van het Evangelie en christelijke levensstijl gaan ‘rijp en groen’ samen op.
Liever geen ‘anders’
Het is een universeel gegeven dat gemeenschappen mensen die ‘anders’ zijn willen uitsluiten. Dat is niet alleen zo in de kerk, maar het speelt ook in het buurthuis of op de voetbalvereniging. David Ison1 noemt een aantal mechanismen die hierbij een rol spelen. Ik noem er een aantal:
- Het ‘stam-denken’ zit diep in ons: onze groep is beter dan de andere.
- Als er tegenstand is van buiten, dan kiezen we altijd voor de groep en niet voor het individu.
- Groepsdenken is behoudend: laten we de vrede bewaren en het niet ingewikkeld maken.
- Gemeenschappen hebben een ‘gedeeld verhaal’ nodig dat hen samenbindt. Het is dan voor buitenstaanders die geen onderdeel uitmaakten van die geschiedenis niet eenvoudig om er toch bij te horen.
We zien deze dynamiek ook in de kerk. Het is goed om dat te onderkennen. Ondertussen geldt dat wij Jezus navolgen en niet ons instinct! Hoe doen we dat in de praktijk?
De inclusieve boodschap van Jezus
De insteek van Nietzsche (Jezus is vrijheid, de kerk heeft dat verpest) is té simpel. De Heere Jezus doorbrak inderdaad de sociale grenzen van Zijn tijd; en Zijn Koninkrijk is voor iedereen. Maar dat moeten we dan wel goed begrijpen. Jezus was geen ‘profeet van de inclusie’. Het ging Hem om de enorme reikwijdte van Gods genade die grenzen doorbreekt. Jezus praat zondig gedrag niet goed, maar Hij opent juist de weg van berouw en bekering en dat leidt tot herstel en een nieuw begin. Dan pas ben je echt vrij als mens.
Jezus was geen ‘profeet van de inclusie’.
En dan zijn we weer bij die spanning van het begin: je mag komen zoals je bent, maar onder invloed van Gods genade worden we allemaal anders, gaan we allemaal meer op Jezus lijken. Dát is ons doel in de gemeente van Christus.
Waar liggen de grenzen?
De praktijk is weerbarstig, ik weet het. Kan iemand die ‘vreemde’ ideeën heeft over de eindtijd in de kerkenraad? Wat doen we met die broeder die een homoseksuele relatie heeft en aan het avondmaal gaat? En hoe gaan we om met die vrouw die via de Alpha-cursus tot geloof is gekomen, maar toch nog steeds betrokken is bij vage spiritualiteit?
Ik heb de antwoorden ook niet zo snel. Het lijkt gemakkelijker om naar een kant over te hellen: óf grenzeloos uitnodigend te zijn, óf de kenmerken van erbij-horen heel strak te omschrijven. Beide bieden uiteindelijk niet de oplossing. Want als iedereen mee kan doen zonder dat er iets verwacht wordt van gemeenteleden, dan stelt de navolging van Christus blijkbaar niet zoveel voor. Dan is de kerk uiteindelijk niet méér dan het buurthuis. Maar als we aan de andere kant gaan hangen, dan gaat het vooral om ónze groep, om rust en controle, en verliezen we zicht op Gods brede genade en Zijn hart voor deze wereld.
De smalle weg is volgens mij om de spanningsvolle relatie tussen de onvoorstelbaar ruime genade van God én Zijn niet-vrijblijvende oproep om heilig te leven in de navolging van Jezus vast te houden
1The Inclusive Church Annual Lecture 2017: ‘Including the Exclusive: how liberal can you be?’, https://bit.ly/2RJPFgo
Geschreven door: Jaap Haasnoot