Ruimte om vragen te stellen is nodig om te leren
‘In mijn vorige gemeente kon je tijdens de catechisatie rustig een uur achterover leunen. De dominee was de hele tijd aan het woord. Op zich wel interessant hoor, maar nu leer ik méér. Doordat we veel in gesprek zijn, word ik gedwongen om erover na te denken. Al vind ik dat ook wel spannend…’
Ik was een beetje verbaasd over wat deze catechisant me vertelde. Toevallig wist ik uit welke gemeente ze kwam. Ik had zelfs een keer een gesprek met haar toenmalige predikant gehad. Het beeld dat ik daaruit van hem kreeg, klopte een beetje met wat deze catechisant vertelde. Hij vond het erg belangrijk om veel informatie te geven over bijbelse thema’s. ‘Want ze weten tegenwoordig zo weinig. En ze zeggen dat ze het erg interessant vinden.’ Dat laatste geloofde ik graag, want zijn preken stonden zo ook bekend: als boeiend! Alleen… wat leerden zijn catechisanten ervan?
Averechts
Deze predikant staat waarschijnlijk model voor veel catecheten. Ze zijn vol van het evangelie en kunnen niet stoppen met erover te vertellen. Want het is o zo belangrijk dat jongeren weten wat de Bijbel zegt over allerlei thema’s. Mentoren die aangeven dat er op die manier weinig tijd overblijft voor het groepsgesprek, trekken vaak aan het kortste eind. Of ze durven er niet eens over te beginnen…
Toch zou het wel eens kunnen dat die mentoren méér gelijk hebben dan veel catecheten denken. Natuurlijk, bijbelse informatie is belangrijk. Het moet tenslotte ergens over gaan. En inderdaad, jongeren moeten nog veel leren. Maar méér informatie leidt niet automatisch tot méér leren. Integendeel, als er onvoldoende ruimte is om die informatie met catechisanten te bespreken, kan het effect wel eens averechts zijn.
Waar we zijn
Met ‘bespreken’ bedoel ik méér dan dat de catecheet zijn verhaal zoveel mogelijk brengt in de vorm van een gesprek. Hij of zij vraagt voortdurend feedback van de catechisanten en hangt zijn verhaal daaraan op. Dat is een goede manier van catechese geven, maar er is méér nodig. Het komt erop aan dat we onze catechisanten met deze informatie zoveel mogelijk persoonlijk aanspreken en uitdagen.
Dat heeft te maken met wat C.S. Lewis (ongeveer) zo zei: God kan ons alleen werkelijk ontmoeten op de plek waar we zijn, niet op de plek waar we denken dat we zouden moeten zijn. Als we proberen te geloven vanuit een ideaalbeeld van onszelf, zonder onze vragen of twijfels onder ogen te zien, zijn we bezig met een nep-ontmoeting. We laten God als het ware in gesprek gaan met een fictieve versie van onszelf, niet met de echte. We houden Hem en onszelf voor de gek.
Ruimte
Daarom is het belangrijk dat we op de catechisatie een sfeer creëren waarin jongeren zoveel mogelijk ‘echt’ kunnen zijn. Hoe onmisbaar de informatieoverdracht ook is, het is meestal niet het moment waarop de echte vragen bovenkomen. Dat hoeft ook niet, als die ruimte er daarna maar wél is. Ruimte om niet de sociaal gewenste antwoorden te geven, maar om de vragen te stellen die werkelijk in je omgaan. Dat is de ruimte die catechisanten nodig hebben om werkelijk te leren.
Daarvoor zijn twee dingen nodig: een actieve houding en veiligheid. Catechisanten moeten geprikkeld en uitgedaagd worden om zelf na te denken over de informatie die ze gehoord hebben. Vervolgens moeten ze voldoende veiligheid ervaren om hun gedachten daarover te delen. Dus: als een catechisant bij een les over de opstanding poneert dat ‘dood’ volgens hem ‘dood’ is, kun je daar enerzijds van schrikken. Maar het kan ook zijn dat je iets goeds hebt gedaan. Je hebt hem aan het denken gezet en hij voelt de veiligheid om zijn twijfels te delen. Je hebt hem dus op de plek waar hij is – de plek waar God hem door middel van jou kan ontmoeten.
Spannend
Natuurlijk is dat spannend. Want hoe reageer je dan? Om te beginnen komt het erop aan dat je aan deze opmerking ruimte geeft, want: ‘Vragen mogen gesteld worden.’ Alle vragen, mits ze echt zijn. Daarom mag je gerust doorvragen: ‘Hoe kom je tot deze gedachte?’ Niet op de manier van: ‘Leg verantwoording af’, maar: ‘Probeer uit te leggen wat je bedoelt’. ‘Wat betekent het voor jou dat je dit gelooft?’
De kans is aanwezig dat je met jouw vragen die jongere helpt om zelf tot meer duidelijkheid te komen. Misschien begrijpt hij zijn eigen opmerking niet eens. Mogelijk bedoelde hij alleen maar dat hij zich niet kan voorstellen dat Jezus uit de dood is opgestaan. Nou, dan is hij in goed gezelschap, want Thomas en de andere discipelen konden het zich óók niet voorstellen. En toch raakten ze ervan overtuigd.
Let op dat je voor deze catechisant niet hét antwoord hoeft te geven. Betrek de andere catechisanten bij het gesprek. Wijs opnieuw op de informatie die zojuist is gegeven. En geef je eigen getuigenis. Waarom geloof jij wél dat Jezus echt uit de dood is opgestaan? Als je niet goed weet wat je moet zeggen, zeg dat dan gewoon. Erken dat het niet altijd makkelijk is om te geloven, maar dat je er zelf wel aan wilt vasthouden.
Wennen
Het kan ook voor de catechisanten spannend zijn, zoals het meisje aan het begin van dit artikel opmerkte. Ze kunnen niet meer passief achterover leunen en wachten tot de catecheet klaar is met zijn verhaal. Nee, ze worden gestimuleerd om actief mee te denken en hun eigen vragen en ervaringen in te brengen (des te belangrijker is het dus dat de sfeer veilig is). Het meisje zei dat ze daaraan moest wennen. Maar ze leerde er wél van.
Geschreven door: Herman van Wijngaarden
Meest recente artikelen
Steun de HGJB
De HGJB biedt verschillende catechesemethoden. De methodes zijn samengesteld door onze specialisten en zitten vol doordachte inhoud, creatieve werkvormen en ideeën.