Terug naar overzicht

‘Heeft hij het tegen mij?’

Elke zondag gaan er in Nederland een miljoen mensen naar de kerk. In de meeste kerkdiensten wordt een preek gehouden. De preek is vaak zelfs het centrale element van de dienst. Maar wat gebeurt er eigenlijk tussen preek en luisteraar? Van jongeren hoor je regelmatig: ‘In een kerkdienst is de preek voor mij een moment om af te haken. Het zingen, bidden en de ontmoeting met elkaar vind ik het belangrijkste van de dienst en daar heb ik ook wel wat aan. Maar de preek…, die kan me niet echt boeien.’ Hoe kan de preek meer betekenis krijgen?

8 min 03-08-2026

Over deze vraag een gesprek met dr. Hanneke Schaap-Jonker, theoloog en psycholoog, en universitair docent godsdienstpsychologie. Ze heeft zich zes jaar lang beziggehouden met bovengenoemde vragen en onderzoek gedaan naar de hoorders van de preek.

We spitsen de vragen toe op hoe jongeren (kinderen, tieners en jongeren) luisteren naar een preek en waarom juist zij (maar zij zeker niet alleen!) vaak moeite hebben om een preek te volgen. Om iedereen die betrokken is bij de verkondiging van het Woord, predikanten en kerkenraden, te laten zien waaraan je zou kunnen denken als je bezig bent met preken voor jongeren.

Hanneke, hoe zou jij reageren op de veelgehoorde uitspraak van jongeren dat de preek hen niet kan boeien?

‘Ik vind het heel herkenbaar! Het is vaak ook een terechte opmerking. Dat de preek jongeren zo weinig boeit, heeft met een aantal dingen te maken. Onder andere met de manier waarop er gecommuniceerd wordt. Dat is voor veel jongeren nogal afstandelijk. Ze hebben niet het gevoel dat een dominee met hén in gesprek is. Wat je verder veel van jongeren terughoort, is dat de preek hun eigen leven niet raakt. Ook spelen authenticiteit en stijl van de predikant een rol bij hoe jongeren luisteren naar een preek: merken zij dat de dominee zélf geraakt is?’

Maar is de preek dan nog wel het juiste communicatiemiddel om jongeren te bereiken?

‘Ja, dat wel! Het zou namelijk niet nodig hoeven zijn dat jongeren op deze manier reageren op preken. De preek heeft de wind niet mee in een wereld waarin jongeren over het algemeen door flitsende en aansprekende beelden worden aangesproken. Maar door je bewust te zijn van een aantal basisvragen, kun je ook in deze tijd jongeren best aanspreken door middel van een preek.‘

‘Uit mijn onderzoek is gebleken dat mensen op zoek zijn naar verbindingen tussen de preek en hun eigen leven. Ze zijn steeds bezig met het leggen van relaties. Wat hen aanspreekt in een preek, is wat te maken heeft met hun eigen levensverhaal. Tijdens het luisteren maken ze drie bewegingen:

  • Waar gaat de preek over? Wat is de kern en inhoud van de preek? (focussen)
  • Wat vind ik ervan? Wat voel ik erbij? Herken ik dit in mijn eigen leven? (dialogiseren)
  • Wat betekent de boodschap van de preek nu in mijn eigen leven en situatie? Wat kan ik ermee? (actualiseren)

Jongeren luisteren waarschijnlijk net zo. Daarom is het goed om preken te bekijken op deze drie bewegingen.’

Oké, en welke van de drie is dan volgens jou heel belangrijk als het gaat om jongeren en hoe zij naar preken luisteren?

‘Ik denk met name het laatste punt, de betekenis van de preek voor je eigen leven. Dat geldt niet alleen voor jongeren, maar ook voor tieners en kinderen. Ga als predikant op zoek naar voorbeelden uit hun leefwereld. Hun leven inbrengen, is heel belangrijk. Hier kun je je preek ook op checken. Pas luisterde ik met mijn dochtertje van 2 thuis naar een preek. De dominee gebruikte het voorbeeld van het krijgen van een cadeautje. Hij zei: ‘En als je broertje of zusje het dan afpakt, zeg je meestal: niet doen, dat is van mij!’ Janna liep rond te scharrelen en riep: ‘Dat is van mij, zegt dominee…’ Precies dat wat aansluit bij haar leefwereld, wat in haar eigen leven past en herkenbaar is, bleef dus haken. De week erna hoorde ik dat zinnetje terug!’

En de kunst is dan waarschijnlijk dat je de preek als dialoog tussen het Woord van God en het eigen leven niet alleen even aan het begin van je preek op gang brengt, maar ook weet vast te houden de hele preek door?

‘Ja, van die blijvende interactie en het zoeken naar de betekenis voor hun eigen leefwereld, moet je je de hele preek bewust zijn. Bij kinderen kun je wel volstaan met één of twee momenten in de preek waar je hen erbij roept en hun aandacht trekt. Bij jongeren is het de uitdaging om ze zoveel mogelijk bij je preek te betrekken. Het is juist de kunst om hun leefwereld en wat je wilt zeggen vanuit de Bijbel, in elkaar over te laten lopen. Want wat je tegen hen zegt, moet geen minipreekje in de preek zijn. Je probeert constant de tekst en ervaringen van toen te verbinden met ervaringen van mensen nu. Die twee moeten in je preek bij elkaar blijven. Het alledaagse leven staat niet los van het leven met God en het leven van mensen die je in de Bijbel tegenkomt.’

Wat hen aanspreekt in een preek, is wat te maken heeft met hun eigen levensverhaal.

‘Veel predikanten willen graag veel ‘inhoud’ kwijt. Maar ze moeten inhoudelijk minder hooi op hun vork nemen en niet alles in één preek willen zeggen. Het is goed om jezelf als predikant de hele preek door de vraag te stellen: wat betekent wat ik nu zeg voor het leven van iedere dag, van ouderen, jongeren, tieners en kinderen? Wie is God voor mensen in dit bijbelgedeelte en wat is de betekenis hiervan voor de mensen die ik nu voor me heb? En hoe ga ik hierover het gesprek met hen aan?’

Zijn er manieren om je als predikant hierin te ‘trainen’?

‘Een heel simpele manier is je preek tijdens de voorbereiding checken op de drie bewegingen die ik al eerde noemde: wat is de kern van mijn preek, heeft die een dialogische structuur en waar raak ik de leefwereld van kinderen, tieners en jongeren? Of worden mijn hoorders op één grote hoop gegooid? Wees je dus tijdens de voorbereiding bewust tegen wie je het gaat hebben!’

‘Een praktische tip die ik verder zou willen geven… Bereid een paar keer per jaar je preek voor met een groepje mensen. Zorg ervoor dat je een gemêleerd klankbord hebt van mensen die af en toe je preken op deze punten evalueren. Vraag eens een moeder van tienerkinderen hoe zij aankijkt tegen de manier waarop haar tieners aangesproken worden in de preek. Ga eens in gesprek met een meester van de basisschool over de manier waarop je kinderen een plek geeft in de kerkdienst. Check je preek erop of je de dingen die je zegt ook expliciet maakt! Alles wat je zegt vanuit abstracte termen, bijvoorbeeld ‘God gedenkt aan Zijn verbond’, kan heel waar zijn, maar je loopt het risico dat het over de hoofden heen gaat.‘

Maar is het haalbaar om alle jongeren met een preek te bereiken?

‘Het is een feit dat de gemoedsstemmingen en de godsbeelden van jongeren heel verschillend zijn. Soms zijn jongeren overgelukkig, maar er zijn ook perioden dat ze ongelukkig zijn, zich zorgen maken over de wereld die niet deugt, of twijfels hebben in hun eigen leven. Dit beïnvloedt hoe ze naar de preek luisteren. Als predikant moet je hen op beide momenten weten aan te spreken. Hen ophalen waar ze zich bevinden en dan samen luisteren naar wat God hier en nu te zeggen heeft.’

Alles wat je zegt vanuit abstracte termen, kan heel waar zijn, maar je loopt het risico dat het over de hoofden heen gaat.

‘Uiteraard kun je als predikant jongeren ook op een andere manier bereiken. Door juist naast de kerkdiensten hen op te zoeken en hen persoonlijk te ontmoeten. Laat merken dat je er echt voor ze bent, door in gesprekken zo dichtbij mogelijk proberen te komen.’

Niet het type preek, maar het type predikant is heel bepalend of jongeren worden bereikt. Wat vind je van deze stelling?

‘Ja, de persoon van predikant speelt een heel belangrijke rol; de ene predikant heeft zijn persoon en manier van communiceren meer mee dan de andere. Maar ook als je je persoon niet zo mee hebt, kun je met ‘tips’ een heel eind komen! Ook iemand die juist heel populair is en dichtbij jongeren komt, kan door gebrek aan inhoud en een duidelijk focus de plank toch misslaan. Want jongeren prikken ook door alleen ‘populair’ willen zijn heen. Daarom zie je dat het echt een combinatie is van persoon, type predikant én wat hij preekt.’

‘Kortom, tijdens de preekvoorbereiding moet je constant denken: ik wil zo dicht mogelijk bij de ander komen! Daarom maak ik niet alleen een exegese van de tekst, maar ook een exegese van de hoorders (en van mezelf)! Wie zitten er voor me? Wat weet ik over hen? Wat maken ze mee? Op welke manier speelt het thema in mijn persoonlijk leven? Deze vragen moeten de rode draad vormen van je preek en van wat je tegen de mensen wilt gaan zeggen.’

Geschreven door: Eline van Vreeswijk