‘Ik ben zo verwonderd over de schoonheid die te vinden is in de Bijbel!’
Ieder jaar wordt er een ‘Jonge theoloog der Nederlanden’ gekozen. Doorgaans is dat er maar één. Nathan en Rozamaryn bleven samen over in de wedstrijd wie de jonge theoloog der Nederlanden 2025-2026 zou worden. En toen ontstond er een unieke situatie. Rozamaryn: ‘We hebben toen zelf gezegd: samen is beter dan alleen. Er is al genoeg strijd in de kerk, daarom besloten we onze krachten te bundelen.’ Een gesprek over Jonge theoloog zijn, jong zijn in de kerk en het belang van verbinding en de Bijbel.
Twee theologen
Nathan: ‘Ik kom meer uit systematische en kerkhistorische hoek, Rozamaryn meer uit de praktische hoek, het alledaagse christenleven. Maar uiteindelijk is onze theologische focus hetzelfde: verbinding met elkaar houden. En “elkaar” trek ik dan over de eeuwen heen.’
Rozamaryn: ‘We zoeken beiden naar ontmoeting. Nathan put uit ontmoeting met traditie en kerkvaders. Ik zoek vooral naar hoe het zit met de ontmoeting van alledag. Die hebben we zo hard nodig, maar het gaat lang niet altijd vanzelf. Mijn project sluit aan bij de missie van het Leger des Heils, waar ik werk: mensen helpen zonder helper. Omzien naar elkaar. Ik wil portretten maken van mensen die crises hebben meegemaakt in hun leven, om te ontdekken wat we van hen kunnen leren.’
Nathan: ‘En ik wil graag inspirerende personen uit de kerkgeschiedenis dichterbij brengen. Hun bijdragen zijn vooral in academische papers of niet-vertaalde bronnen te vinden. Maar we kunnen over de eeuwen heen zoveel van elkaar leren.’
Geworteld in de kerk
Nathan: ‘Ik voel me heel erg thuis in de CGK. De kerken waar ik lid ben geweest, zijn altijd een warme gemeenschap geweest. Als tiener begon ik tegen de kerk te schoppen en ik merkte dat het antwoord vaak was “zo doen we het altijd”. Daar kon ik toen niets mee in mijn zoektocht. Uiteindelijk ben ik theologie gaan studeren om er maar eens achter te komen hoe het nou zat. Tijdens mijn studie heb ik de liefde voor de gereformeerde traditie, waar ik uitkom, herontdekt. Intussen ben ik ouderling in mijn huidige gemeente.’
Rozamaryn: ‘Ik ben juist helemaal niet stevig geworteld in een bepaalde kerk. Mijn moeder gelooft, maar mijn vader niet. Op zondag mocht ik dus wel eens kiezen: mee naar de evangelische kerk van mijn moeder of thuisblijven met mijn vader. Vanaf mijn 15e ben ik zelf gaan onderzoeken en heb ik alle uithoeken van de kerk gezien. Van Gereformeerde Gemeente tot Pinkstergemeente.’
Je hebt echt geluk als je in een kerk zit die wortels heeft.
‘Nu ik in de kerk werk, merk ik dat het opgegroeid zijn zonder stevige traditie voor- en nadelen heeft. Zo merkte ik tijdens mijn reis door verschillende kerktradities dat ik het wel eens verwarrend vond dat elke traditie eigen waarheidskaders leek te hebben. Daar werd ik een beetje vlak van. Ik wilde op elke plek de gang van zaken respecteren, maar wist op gegeven moment niet zo goed meer wat ik zelf vond. Ik heb uiteindelijk geconcludeerd dat ik als mens te klein ben om “de waarheid” volledig te doorgronden. Aan de andere kant voel ik meer ruimte om tradities wat meer aanschouwend te waarderen. Ik gun jongeren ook die speelruimte, dat ze de schoonheid kunnen vinden van de traditie, maar óók mogen ontdekken wat hun eigen houding daartegenover is.’
Nathan: ‘Die speelruimte moet dan wel gecreëerd worden. Vaak blijven we hangen op de identity markers, zoals vrouwen in het ambt of de invulling van de dienst, maar daar zit zoveel onder. En als je doorvraagt, zijn mensen het in de basis vaak veel meer met elkaar eens dan ze denken. Dan moet je dus wel goed naar elkaar luisteren en doorvragen.’
Elkaar ontmoeten over generaties heen
Nathan: ‘Wat mij uiteindelijk heeft geholpen in het geloof, was dat er iemand was die ik vertrouwde, waar ik mijn vragen kon neerleggen. Iemand die ruimte maakte voor mijn vragen en begreep waar ze vandaan kwamen. Zoiets vraagt van jongeren om op te staan en te zeggen “ik heb een vraag!”’
Rozamaryn: ‘Het hebben van vragen kan best spannend zijn, maar ze horen erbij, het is oké. Weet dat je de zoektocht niet in je eentje hoeft te doen.’
Nathan: ‘Je kunt als jongeren onderling met elkaar in gesprek gaan, maar ook over de generaties heen. Volwassenen mogen ruimte bieden aan jongeren, bereid zijn om te luisteren. Dat geeft verdieping aan hun eigen geloof geven, en je helpt een jongere er zoveel mee verder.’
Rozamaryn: ‘Vragen zijn niet per se een aanval op hoe je doet of denkt. Jongeren onderzoeken hun eigen plek en verhouding tot hoe dingen gaan.’
Nathan: ‘Antwoorden uit bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus kunnen helpen bij de existentiële vragen. Maar niet als een pasklaar antwoord – daarmee doe je zowel de jongere als de catechismus tekort. De catechismus kan een vloertje leggen waarop je in gesprek kunt gaan. Dit is de traditie waarin we staan, dit is wat we belijden, maar ook: begrijp je wat hier staat en hoe voel jij je hierbij?’
Een basis om op terug te vallen
Rozamaryn: ‘Zulke geschriften zijn echt ontzettend mooi. Ik heb die als kind niet meegekregen, maar had bijvoorbeeld wel het Onze Vader. Ik kan me nog herinneren dat ik na een heftige dag op de fiets naar huis zat, en echt even niet meer wist wat ik moest bidden. Toen ben ik maar gewoon dat Onze Vader gaan uitspreken. Woorden die raken! Dat is wat er opkomt als je het even niet meer weet. Dus inderdaad, een soort vloer.’
Nathan: ‘En die kennis is niet het belangrijkste voor een gelovige, maar als je diep zit en niet meer helder na kunt denken, dan komt die basis terug naar boven. Het kennen van catechismus- of bijbelteksten kan dan zo helpend zijn. Als je jong bent, heb je lang niet altijd zin om het te leren, maar het is zó waardevol.’
De catechismus kan een vloertje leggen waarop je in gesprek kunt gaan.
Rozamaryn: ‘Ik ben zo enthousiast en verwonderd over de schoonheid die te vinden is in die 66 bijbelboeken! Ik kan dan alleen maar tegen mensen zeggen: ga het lezen. Die woorden geven houvast op momenten dat je het nodig hebt, de Bijbel kan écht een gesprekspartner zijn, God heeft zoveel tegen ons te zeggen.’
Nathan: ‘Hij heeft door de tijd heen zoveel bizarre mensen uitgekozen om in relatie mee te gaan. Mensen die als sukkels werden gezien. Die grote lijn van het verhaal van God blijft mij inspireren.’
Rozamaryn: ‘Als kind snapte ik er vaak geen bal van. Nog steeds vaak niet. Maar het lezen van de Bijbel hoef je ook niet alleen te doen. Door met elkaar te lezen, ontdekken we meer knipoogjes die in de tekst zitten. Dan begint er iets te resoneren, komen de woorden binnen.’
Meegeven
Nathan: ‘Wat ik wil meegeven is dat je echt geluk hebt als je in een kerk zit die wortels heeft. Als je jong bent, ben je op zoek naar wie je bent en wie je wilt zijn. Dan mag je dankbaar gebruik maken van de gemeenschap waarin je zit, je mag voortbouwen op de wortels die er zijn! Ondanks alle lastige kanten van het kerk zijn, is de kerk een gemeenschap van heiligen die al eeuwen voor elkaar klaarstaat, een gemeenschap die je verder kan helpen.’
Rozamaryn: ‘We zijn gemaakt om te leven in verbinding, met andere mensen en met God. Dus ontmoet elkaar en heb lief.’
Geschreven door: Rianne Krins
Drijfveer is het magazine van de HGJB dat inspireert, uitdaagt en bemoedigt. In elk nummer vind je verhalen van jongeren en jeugdleiders, interviews met theologen, en artikelen over actuele thema’s in kerk en geloof. Drijfveer helpt je om met open ogen te kijken naar Gods werk onder jongeren van vandaag.