Terug naar overzicht

Marcel en Lydia Zimmer: ‘Neem de tijd om je te verwonderen’

Kinderen én volwassenen groeien op met de muziek en de teksten van Marcel en Lydia Zimmer. Veel van hun liedjes hebben een plek gevonden in de nieuwe uitgave van Op Toonhoogte. Alle reden dus om, naar aanleiding van een paar van die liedjes, met hen in gesprek te gaan: over geloof, leven en muziek.

‘Hoe mooi en hoe heerlijk als wij als familie, als broers en als zussen, om elkaar geven’ (Op Toonhoogte 66)

Marcel: ‘Ik was samen met Lydia’s broer jeugdleider. Haar broer en ik waren—en zijn nog steeds—elkaar beste vrienden, dus ik kwam dagelijks bij hen over de vloer.’

Lydia: ‘Mijn broer heeft nog een klein handje geholpen om de connectie te leggen. Die zag het wel zitten en dacht: ik ga eens een keer iets leuks organiseren. Hij zei tegen mij: “Marcel komt eten.” Mijn ouders waren er niet, dus we zouden makkelijk doen en patat halen. Toen ik de kamer in kwam, stond er een bord met twee hartjes en m’n broer was weg. We zaten daar ineens met z’n tweeën. M’n broer had een liedje opgezet van Nana Mouskouri: “Only love”. En toen was het wel heel erg leuk. Dus op een gegeven moment kwam Marcel niet meer voor m’n broer bij ons thuis, maar voor mij.’

Marcel: ‘Lydia is heel zorgzaam, voor iedereen. Ze wil voor iedereen het beste, en dat is in het verleden ook wel eens een valkuil geweest. Mede daardoor is ze een jaar burn-out geweest.’

Lydia: ‘Dat heeft ook met mijn achtergrond te maken. Ik ben op het zendingsveld geboren en pas op m’n vijftiende zijn we in Nederland gaan wonen. In elk land gaat het anders en als kind is het dan een kwestie van je aanpassen en het iedereen naar de zin maken. Marcel is heel impulsief, vol humor, leeft in het nu—heel extravert en vrolijk. We zijn dus heel erg verschillend, bijna twee uitersten. In ons huwelijk hebben we elkaar daarin heel goed gevonden. Je kunt juist leren van de sterke kanten van de ander. Het impulsieve van Marcel, het gewoon doen wat je denkt en er niet te lang over nadenken—dat is voor mij uiteindelijk heel bevrijdend geweest. Ik ontdekte: dat kan dus ook!’

Marcel: ‘Ik heb van Lydia geleerd om te luisteren naar anderen en mezelf open te stellen om van een ander te leren. De tijd te nemen om met elkaar te praten.’

Lydia: ‘Ook in het werk dat we samen doen, hebben we een goede balans gevonden. We treden nu twintig jaar samen op. We hadden dat niet als plan voor ogen, maar zijn er eigenlijk ingerold omdat we samen liedjes gingen schrijven en mensen ons daarom ook gingen uitnodigen om op te treden. Het gevaar van samenwerken is natuurlijk wel dat je er dag en nacht mee bezig bent en soms moeilijk loskomt van je werk. Omdat we veel vanuit huis werken, proberen we één dag in de week vrij te plannen. Dan gaan we er bijvoorbeeld graag met de trein op uit.’

Marcel: ‘We doen allebei waar we goed in zijn en wat we leuk vinden. Lydia vindt het bijvoorbeeld heel leuk om de aankleding van het podium te verzorgen. Mij maakt dat dan weer niet zo veel uit, al staat er helemaal niets op het podium… Ik zorg wel dat de speakers er staan, dat het licht het doet, dat soort dingen. Ook daarin vullen we elkaar dus heel goed aan. Tijdens een familieweekend, met de familie van Lydia, heb ik het lied “Familie” geschreven naar aanleiding van Psalm 133. Ik was er daarvoor al wel mee bezig, maar toen ervoer ik dit ook letterlijk zo: we hebben respect voor elkaar, we laten elkaar in onze waarde—ook al verschillen we over sommige dingen van mening. Er is altijd vrede en harmonie, en dat is heel bijzonder. Toen het lied uitkwam, hoorden we ook verhalen van mensen die zeiden: “ik kan dit lied niet zingen, want dan blokkeer ik meteen.” Bij hen kwam er woede of verdriet naar boven als het over familie gaat. Dus het is inderdaad mooi en heerlijk om als familie in liefde met elkaar om te gaan. Dat is heel waardevol en dan wordt je leven eindeloos.’

Lydia: ‘We ervaren dat ook zo in onze gemeente. Dat zijn niet onze fysieke broers en zussen, maar wel onze broers en zussen in de Heer. Wij zitten nu al veertig jaar in deze gemeente. En de ene keer gebeurt er iets wat een beetje wringt, de andere keer gaat het allemaal weer goed. Dat is ook wel zoals het in een gezin of een familie gaat: de ene dag zit je allemaal op één lijn, de andere dag gebeuren er dingen waarbij je je afvraagt hoe je daarmee om moet gaan.’

Al ga ik door een donker dal, ik hoef niet bang te zijn. Ik weet dat U mij bij zult staan, U bent heel dichtbij. (Op Toonhoogte 477)

Lydia: ‘Als je ouder wordt, maak je dingen mee waardoor teksten ineens anders binnenkomen. Zo is het ook met deze tekst. Tijdens mijn burn-out zat ik zelf in die donkerte. Dan heb je zo’n zin al zo vaak gezongen, maar dan komt die ineens zo bam! je hart binnen. Ik denk ook aan het lied Heer, U bent altijd bij mij, gebaseerd op Psalm 139. Dat is ontstaan op een heel donker moment in ons leven. Ik was zwanger van ons eerste kindje, en dat liep niet goed af. Wij kregen toen van een aantal mensen de tekst van Psalm 139:5. Toen zijn we ook de rest van de psalm gaan lezen en is Marcel er een lied over gaan schrijven. De muziek ging spreken, vanuit het Woord van God, in onze situatie. Dat was heel bijzonder en helend. Daarmee kwam het kindje niet terug, maar het gaf wel vrede en troost.’

Marcel: ‘Ook in kinderliedjes moet je eerlijk zijn en deze kant laten zien. Zo’n donker dal is natuurlijk nog heel algemeen en metaforisch. Voor Lydia was haar burn-out een donker dal, maar waar ervaren kinderen dan zoiets? Dat kan pestgedrag zijn, ruzie thuis of gescheiden ouders. Zo hebben we Psalm 13, waarin staat “hoe lang nog, Heer, zult u mij vergeten?”, verwoord in het liedje O, ik voel me niet zo happy. Dat gaat over gepest worden op school, er niet bij horen, en bevat de zin: “Ik vraag me af of God er nog wel is”. Zo raak je een thema door het te koppelen aan iets wat dicht bij de kinderen staat. Dit zijn over het algemeen niet de populairste liedjes, maar het zijn wel de liedjes waarvoor sommige mensen heel dankbaar zijn. Eén van de belangrijkste vragen bij het schrijven van een liedje, voor zowel volwassenen als kinderen, is: hoe dan? Als je zegt “Heer, alles wat ik wil bent U” wat bedoel je dan? Het is een heel vrome zin, maar hoezo is God alles wat je wilt? Wil je dan nooit meer naar een restaurant om lekker te eten? Wil ik dan nooit meer een weekje weg met Lydia? Ga maar eens een weekje in een hutje op de hei zitten met niks, dan is het de vraag of je dit nog steeds zegt. Maak het dus concreet. Niet dat je dan zo’n tekst per se moet veranderen, maar het zorgt er wel voor dat je beter hebt nagedacht voordat je iets in een liedje stopt. Anders wordt het te makkelijk.’

Lydia: ‘Het is dus eigenlijk nog moeilijker om voor kinderen liedjes te schrijven dan voor volwassenen. Om het begrijpelijk te maken zonder dat het kinderachtig of te simpel wordt. Het mooie is dat soms ook volwassenen na het horen van zo’n liedje zeggen: “O, nu snap ik het ook wat beter”. Tijdens concerten en familiediensten richten we ons dus ook echt op de kinderen. Als zij ’t snappen, dan snappen de volwassenen het ook.’

De God van de vrede, geeft jou Zijn zegen, op alle wegen die je zult gaan (Op Toonhoogte 171)

Marcel: ‘We willen kinderen meegeven dat er een God is die van ze houdt, dat ze uniek zijn in Zijn ogen. Dat ze mogen zijn zoals ze zijn en dat Hij er altijd voor hen is. We hopen dat later zo’n kinderliedje ineens weer naar boven komt. Als ze bijvoorbeeld, door wat er ook in hun levensloop gebeurt, het geloof kwijt zijn of loslaten. Dat ze dan mogen weten: ja, ik ben door God gekend.’

Lydia: ‘We verwerken veel bijbelgedeelten in onze liedjes. Het is zo waardevol dat zo’n tekst dan weer even door je hoofd gaat in een moeilijke situatie of als je bang bent. Zo’n liedje kan dan in je hart landen en dan is die vrede ineens heel dichtbij. Ik las laatst in een interview met neuroloog Erik Scherder dat het gedeelte van ons brein waar muziek is opgeslagen niet wordt aangetast door Alzheimer of dementie. Dat blijft altijd bewaard. Hoe mooi heeft God dat bedacht! En hoe mooi dat muziek dan niet alleen maar een melodietje is, maar dat we daar een boodschap in mee kunnen geven waar ze later in hun leven weer iets aan kunnen hebben.’

We willen kinderen meegeven dat er een God is die van ze houdt

Ik wil graag dat de mensen Jezus in mij zien, omdat ik een getuige wil zijn. Al ben ik nog wat jong, nou en! En bovendien is voor Jezus niemand te klein (Op Toonhoogte 513)

Marcel: ‘Kinderen zijn heel direct, eerlijk en onbevangen. Ze gaan meteen meebewegen met de dansjes en gebaren die we doen. Die onbevangenheid vind ik heel bijzonder en wil ik zelf nooit kwijtraken. Ik leer ook van de manier waarop zij geloven. Heel kinderlijk aannemen: God bestaat gewoon. Kinderen zijn bovendien vormbaar en leren voortdurend bij. Zo wil ik ook altijd blijven: nieuwe dingen leren. Dat ik niet, als ik de Bijbel lees, denk: ja, dat weet ik al lang. Altijd nieuwsgierig blijven, open staan voor nieuwe dingen.’

Lydia: ‘In veel kerkdiensten is er een kindermoment. Dan kan de dominee iets tegen de kinderen zeggen, maar soms mogen de kinderen zelf iets uitleggen, voorlezen of vertellen. Vaak zeggen ze dan heel mooie dingen! Geef kinderen daarin dus ook de ruimte. In onze diensten nodigen we ook de volwassenen uit om mee te doen. Je ziet dan langzaam een lach op hun gezicht komen, en dan gaan ze meedoen en je ziet ze dan weer een beetje de schroom kwijtraken. Juist omdat ze dan een kind heel enthousiast mee zien doen. Dat vind ik altijd heel erg leuk.

De schepping is een inspiratiebron voor onze liedjes

Jezus is het Licht der wereld. Jezus is het Levend Woord. Jezus is de Goede Herder. Jezus is het Lam van God. (Op Toonhoogte 523)

Lydia: ‘Jezus is mijn voorbeeld, Hem wil ik volgen. Hij heeft het zo mooi voorgeleefd op aarde. Hoe hij de dingen soms van een andere kant benaderde dan de gewoonte was. Dat zou ik ook wel willen: dat je durft om iets anders te doen, omdat je dat echt zo in je hart ervaart. Hij genas iemand op de sabbat, omdat hij zoveel liefde had voor die persoon. Hij ging daarin voorbij aan religie en regel. Hij volgde daarin Zijn hart. In allerlei facetten van mijn leven probeer ik daar steeds meer aan vast te houden. Wat zou Jezus doen? Daar wil ik me ten diepste mee bezig houden. Hoe zou Jezus naar die persoon kijken? Wat zou Jezus zeggen? Hij deed alles vanuit liefde, heeft zich helemaal opgeofferd. Dat is zo ontzettend mooi.’

Marcel: ‘Voor mij is Jezus de toegang tot de Vader. Als ik de Bijbel lees, en met name de evangeliën, dan kom ik steeds meer tot de ontdekking dat het Jezus helemaal niet om zichzelf ging. Hij zegt: “Ik ben de weg”—en dus niet het doel. Het eeuwige leven is dat wij de Vader kennen. Jezus wil ons, na de zondeval, weer met de Vader in contact brengen. Natuurlijk, Jezus is de spil in ons leven met God, Hij is de weg naar God—maar Hij wijst ook van zichzelf af, naar de Vader.’

Kleuren, kleuren, allemaal kleuren: rood, oranje, geel, groen, paars en blauw. God bedacht die prachtige kleuren, anders was alles zo grijs en grauw. (Op Toonhoogte 528)

Lydia: ‘Laatst maakten we ’s morgens een wandeling en het was nog mistig. We hadden allebei een camera mee, en dan ga je inzoomen op een blad waar nog zo’n druppel aan hangt. Ik liep zo blij weer naar huis! Het is niet zozeer dat je dan in je liedjes altijd schrijft over de natuur, maar het geeft mij wel een ontzettend blij gevoel. Dat er Iemand is die dit zo bedacht heeft en dat wij dan daarvan mogen genieten. Ik geloof ook echt dat die blijdschap dan mijn connectie met God is.’

Marcel: ‘God heeft zoveel van zichzelf in de schepping gelegd. De schepping is een inspiratiebron voor onze liedjes. Dan ben je onder de indruk van een prachtige zonnestraal die door de wolken heen breekt en dan zeg je: O, Heer, als ik denk aan wat u voor mij deed, dan kan ik alleen maar danken. En dan denk ik: Dat is een mooie zin, die schrijf ik op! Uiteindelijk gaat dat liedje dan helemaal niet over die zonnestraal of over de schepping, maar over het lijden van Jezus. Indirect was het wel de eerste aanzet, want door de schoonheid van de schepping kwam die zin in me op. De schepping is dus een inspiratiebron.’

Lydia: ‘Een kind neemt ook echt de tijd om ergens bij stil te staan. Wandelen met een kind gaat heel traag, want die pakt dit, en die pakt dat… Naarmate we ouder worden, wordt het leven sneller en daar worden we zomaar in meegenomen. Dan neem je de tijd niet meer om je te verwonderen, om ergens echt bij stil te staan. Het is mooi als je een blijvende verwondering vast kunt houden. Zoals een kind dat vraagt: waarom dan, waarom gebeurt dit? Een kind neemt geen genoegen met “het is gewoon zo”. Het zou mooi zijn als je in je even vragen kunt blijven stellen, ook over het geloof. Dat je een tekst al tien keer gelezen hebt, en als je die dan nog een keer leest, ineens denkt: O, maar wacht, dit heb ik eigenlijk nog nooit zo gezien. Juist in de kerk zou een kind de ijsbreker kunnen zijn, waardoor we dat waarin we vastzitten, los kunnen laten. Weer nieuwe dingen gaan ontdekken.’

Geschreven door: André Groenendijk

Drijfveer is het magazine van de HGJB dat inspireert, uitdaagt en bemoedigt. In elk nummer vind je verhalen van jongeren en jeugdleiders, interviews met theologen, en artikelen over actuele thema’s in kerk en geloof. Drijfveer helpt je om met open ogen te kijken naar Gods werk onder jongeren van vandaag.