Terug naar overzicht

Van generatie op generatie | ‘Alle losse verhalen vormen samen één groot verhaal’

Hoe geef je geloof door aan een volgende generatie? Dat zit ‘m in goede gewoonten, zoals bijbellezen en bidden. Maar ook in de manier waarop je het leven draagt. In de serie ‘Van Generatie op generatie’ zoeken we naar verhalen waarin dat zichtbaar wordt. Dit keer spreken we met Tonny Bos (71) en haar kleinzoon Boaz Nobel (19). Ondanks het grote verlies in hun familie weten ze elkaar te vinden, vast te houden, én te bemoedigen vanuit het Woord. Want de Bijbel is altijd dichtbij gebleven.

8 min 12-05-2026

Vanwege de afstand (zij in Bodegraven, de interviewer in het dorp Hierden bij Harderwijk) voeren we het gesprek via een Teams-meeting. Op het afgesproken tijdstip verschijnen ze allebei in beeld, oma en kleinzoon. Dicht naast elkaar aan de eettafel bij Boaz thuis. Om hen heen lopen nog andere familieleden en op de achtergrond klinkt het geluid van borden die worden opgestapeld. Een huiselijk tafereel, warm en gezellig. Even lijkt al die reuring af te leiden, maar zodra oma Tonny het woord neemt, zitten we al snel in een mooi en ook persoonlijk gesprek.

Tonny steekt van wal met een korte schets van haar leven. ‘Ik ben inmiddels 51 jaar getrouwd met Rien. We hadden een boerenbedrijf en kregen vier dochters. Boaz is de oudste zoon van onze jongste dochter. In totaal hebben we elf kleinkinderen.’ Ze kijkt even naar Boaz en zegt dan: ‘Zes jaar geleden is een dochter overleden aan kanker. En afgelopen jaar is ook onze oudste dochter overleden aan de ziekte. Ja, dat is heel pittig. Dan heb je echt twee gaten in je hart.’

Tonny valt even stil, maar pakt dan de draad weer op. Een vierde dochter woont vanwege haar beperking in een instelling, vertelt ze. Ja, zorgen genoeg in haar leven. Dat bracht en brengt de nodige waarom-vragen met zich mee. Ook over haar geloof. Maar nooit zo ingrijpend dat ze de moed zou willen opgeven. Integendeel, ze bleef door haar tranen heen het vertrouwen houden dat de Heere haar en haar familieleden nooit zou laten vallen.

En er is meer dan alleen het verlies. Tonny telt ook haar zegeningen. Ze vertelt over een hechte familie. Over het fijne onderlinge contact dat er altijd al was en dat door het verdriet zelfs nog is verdiept. ‘We hebben het als familie goed met elkaar. En door alles wat er gebeurd is, ben je elkaar ook weer op een andere manier gaan waarderen en steunen.’

 

Tonny kijkt opnieuw even opzij naar Boaz, die haar met heldere ogen aankijkt en het gesprek rustig heeft meegeluisterd. Je ziet het meteen: ze is trots op haar kleinzoon. Hij studeert Sociale Geografie en Planologie in Utrecht en doet veel aan sport; voetbal, hardlopen, fitness. Daarnaast werkt hij als docent Engels op het Driestar College in Leiden. Best bijzonder voor iemand van 19. Dat beseft hij zelf ook. ‘Maar dat is eigenlijk heel toevallig gegaan.’

 

Boaz werkte eerst via een uitzendconstructie en hield toezicht bij examens. ‘En ineens werd ik gevraagd of ik niet wilde solliciteren als docent Engels.’ Tonny lacht: ‘Dan vertelt hij over teamvergaderingen of een teamuitje, en dan denk ik echt: hoe is het mogelijk? Hij is net van school en draait ineens mee tussen allemaal volwassenen.’ Boaz bekijkt het nuchter: ‘Als ik met vrienden ben, voel ik me nog heerlijk jong hoor. Maar voor de klas heb ik inderdaad meer verantwoordelijkheid. Dat neem ik heel serieus.’

 

Als we die hoop niet zouden hebben, zou ik niet weten waar ik het zoeken moest.

Tonny heeft altijd op de boerderij gewerkt, het bedrijf dat ze samen met haar man runde. Nu hebben ze alleen nog schapen te verzorgen. ‘Maar dat doet mijn man.’ Zelf maakt ze graag cryptogrammen en doet ze regelmatig vrijwilligerswerk. Zo werkt Tonny in een hospice en bij het pastoraal diaconaal centrum De Herberg in Oosterbeek, waar mensen op adem kunnen komen als ze moeilijkheden ervaren.

 

Ze vindt het belangrijk om anderen te ondersteunen, juist omdat ze zelf weet hoe verdriet kan voelen. Vanuit haar eigen ervaringen herkent ze pijn bij anderen sneller. Het geloof is daarin haar basis. ‘Als we die hoop niet zouden hebben, zou ik niet weten waar ik het zoeken moest. Dan zou ik het echt niet weten.

Boaz kent dat verdriet ook van dichtbij en ziet wat het geloof doet. ‘Wat ik bij opa en oma zie, is dat het echt een basis geeft. Niet alsof alles makkelijk wordt, maar wel houvast. Het had ook anders kunnen gaan, met meer onrust of verbittering. Dat zie ik niet.’

 

Tonny knikt. ‘Ik geloof, maar ik bid ook vaak: Heere, kom mijn ongeloof te hulp. Niet omdat ik aan God twijfel, maar wel aan mezelf. Omdat je soms niet weet hoe je alles plaatsen moet.’ Die openheid waardeert Boaz. ‘Bij anderen gaat het soms vooral over regels. Maar hier gaat het om een relatie met God. Dat maakt het echt, ook tussen generaties.’

 

Bijbellezen is hierin bijzonder belangrijk. Voor Tonny begon dat al jong. ‘Ik denk rond mijn twaalfde of dertiende.’ Thuis werd er altijd hardop uit de Bijbel gelezen aan tafel. ‘Dat was heel gewoon. Maar als kind lees je dan nog niet echt zelf.’ Dat veranderde toen ze van de zondagsschool afging en een eigen Bijbeltje kreeg. Vanaf dat moment werd het ook haar eigen lezen.

 

‘We begonnen niet heel braaf bij Genesis, hoor’, zegt ze met een glimlach. ‘Volgens mij in het Nieuwe Testament.’ Later kwamen daar dagboekjes bij. Ook de taal van de Bijbel is haar bijgebleven. ‘Wij lazen vroeger uit de vertaling van 1951. Daar ben ik echt mee opgegroeid. Sommige zinnen zitten gewoon nog in mijn hoofd.’ Inmiddels leest ze al jaren uit de Herziene Statenvertaling, ook in de kerk.

 

Bij Boaz verliep dat anders. ‘Ik kan me eigenlijk niet precies herinneren wanneer ik zelf begon te lezen.’ Lange tijd las hij vooral uit dagboekjes. ‘Dus korte stukjes, met uitleg erbij. Niet echt de Bijbel van voor naar achter.’ Pas de laatste tijd probeert hij dat wel. ‘Nu probeer ik gewoon de Bijbel als geheel te lezen. En dan merk je ineens dat heel veel losse verhalen die je kent, onderdeel zijn van één groter verhaal. Dat vind ik wel mooi.’

 

In de familie Bos hoort een Bijbel geven erbij. Kleinkinderen krijgen rond hun twaalfde een eigen exemplaar, in een vertaling die bij hen past. Boaz kreeg er ook een. En waar die eerst vooral in huis aanwezig was, is die nu belangrijker geworden. ‘Ik neem mijn eigen Bijbel mee naar catechisatie. En ik merk dat ik dat steeds belangrijker vind. Dat je hem niet alleen thuis hebt liggen, maar ook echt gebruikt.’

Voor Tonny is de manier van bijbellezen niet heel erg veranderd. ‘Vroeger las ik vaker alleen, toen het bedrijf nog veel tijd vroeg. Nu lezen mijn man en ik ’s morgens samen en ook ’s avonds.’ Boaz reageert: ‘Ik weet nog dat ik een dagboek had waarin de schrijver heel praktische voorbeelden gebruikte. Dat vond ik fijn. Niet alleen uitleg van een tekst, maar ook: wat betekent dit voor jouw leven?’

 

Tonny knikt. ‘Dat herken ik wel, ik vind dat praktische ook belangrijk.’ Maar ze plaatst wel een kanttekening. ‘Dagboekjes zijn prima, maar ze mogen het bijbellezen niet vervangen. Het is goed om gewoon de Bijbel te lezen. Dat blijft het belangrijkste.’

 

Ook het gebed speelt een duidelijke rol. Boaz volgt voorbereidende belijdeniscatechisatie en Tonny vertelt dat zij en haar man daar veel voor bidden. ‘We kunnen het onze kleinkinderen niet geven, maar we mogen er wel om bidden. Dat doen we ook.’ Boaz vindt dat fijn om te horen. ‘Het geloof is voor opa en oma niet zomaar iets ernaast: het zit in hun leven.’

 

Dagboekjes zijn prima, maar ze mogen het bijbellezen niet vervangen.

 

Als het gesprek gaat over bijbelteksten, hoeft Tonny niet lang na te denken. ‘Voor mij is dat Klaagliederen 3: Zijn barmhartigheden houden niet op, ze zijn elke morgen nieuw, groot is Uw trouw.’ Het zijn woorden die blijven hangen. ‘Door alles wat er gebeurd is, is die tekst nog meer gaan spreken. Wat er ook gebeurt, God is trouw.’

 

Boaz noemt Psalm 23. ‘Die moest ik uit mijn hoofd leren. Dan ga je hem ook anders lezen. Je neemt hem mee.’ In de familie heeft ook Psalm 139 een bijzondere plek gekregen. Daar haalden mijn tantes veel kracht uit. Daardoor is die voor ons als familie ook heel speciaal geworden.’ Tonny noemt daarnaast Psalm 68. ‘Die hebben we gezongen bij de begrafenissen. Dan wordt het echt een lied waardoor je met elkaar gedragen wordt.’

 

Aan het eind van het gesprek vat Tonny het mooi samen. Lezen in de Bijbel is als drinken uit een onuitputtelijke bron. ‘Zijn barmhartigheden houden niet op. Ze zijn elke morgen nieuw. Daar houd ik me aan vast.’

Geschreven door: Marco van den Berg

Drijfveer is het magazine van de HGJB dat inspireert, uitdaagt en bemoedigt. In elk nummer vind je verhalen van jongeren en jeugdleiders, interviews met theologen, en artikelen over actuele thema’s in kerk en geloof. Drijfveer helpt je om met open ogen te kijken naar Gods werk onder jongeren van vandaag.