Terug naar overzicht

De theologie van het bidden

Om kinderen en jongeren te leren bidden, is het nodig dat we – in de ware zin van het woord – theologen van ze maken. Ze moeten gedegen kennis hebben: kennis over God en wat Zijn plan is met deze wereld.

4 min 20-04-2026

Maar, zo zullen sommigen misschien denken, is dat nu echt zo? ‘Dogmatisch geloven’ is anno 2026 bijna een scheldwoord; het staat voor een houding die een levend geloof in de weg staat. Toch kan het één niet zonder het ander. Als dat ergens duidelijk is, dan is dat wel bij het bidden.

Op een bijbelse manier bidden, veronderstelt dat we ons minstens zes ‘leerstellingen’ eigen proberen te maken. Niet als een systeem, want dat zit er – in ieder geval voor ons begrip – niet in. Het zijn als het ware piketpaaltjes die de ruimte van ons denken hierover aangeven. En daarmee ook de grenzen: als je over één leerstelling gaat praten op zo’n manier dat je in conflict komt met een andere, weet je dat je fout zit. In de godsdienstige opvoeding mogen en moeten we kinderen hiermee vertrouwd maken. Vertel de verhalen!

1. God bestaat, er is geen andere god

Vertel over de schepping en het wordt duidelijk dat God er is: ‘Weet dat de HEERE God is; Hij heeft ons gemaakt – en niet wij – Zijn volk en de schapen van Zijn weide’ (Ps. 100:3). Hij alleen is onze aanbidding waard, het hoogtepunt van onze gebeden. Daarom kan Hij het niet hebben dat we andere ‘goden’ aanbidden (vertel over het gouden kalf, Ex. 32). Ten diepste hebben we geen hulp van iets of iemand anders te verwachten.

Besef van Gods bestaan, als dé Ander, verhindert ook dat we ons bidden zien als slechts een vorm van in-gesprek-zijn-met-jezelf. Onze gebeden hebben een adres (zie bv. Ps. 5), ook als we het gevoel hebben dat ze niet verder komen dan het plafond.

2. God is almachtig en alomtegenwoordig

Vertel over de vele wonderen die God heeft gedaan en het wordt duidelijk dat Hij ‘alles’ kan, behalve zichzelf tegenspreken. Veel wonderen deed Jezus als reactie op het verzoek van iemand in Zijn omgeving. Denk bijvoorbeeld aan het dochtertje van Jaïrus dat gestorven was, maar door Jezus werd opgewekt! Zouden wij dan aarzelen om te bidden om genezing, een behouden thuiskomst of een gezegende dag? We mogen veel van het gebed verwachten! En verder: als God almachtig en alomtegenwoordig is, hoeven we ons niet af te vragen hoe Hij naar al die miljoenen biddende mensen tegelijk kan luisteren. Dat kan voor Hem toch geen probleem zijn?

3. God wil een persoonlijke relatie met ons

Vertel over Abraham die met God in gesprek ging over het behoud van Sodom en Gomorra (Gen. 18:23-32) en niemand hoeft er meer aan te twijfelen dat God Zijn kinderen serieus neemt. Hier hebben we de kern van het verbond te pakken dat God met mensen sluit. ‘Het gebed is de vertrouwelijke omgang met God; het is een tweegesprek, een dialoog die ontspringt aan de verbondsverhouding tussen God en zijn mensen’ God neemt ons zó serieus dat Hij als reactie op onze gebeden soms zelfs Zijn plannen wijzigt. Het gebed is dan ook wel ‘het machtsmiddel van de gelovige’ genoemd. De loop van de geschiedenis wordt erdoor beïnvloed.

Dat betekent ondertussen dat wij – andersom – ook God serieus moeten nemen. Bidden vraagt om geloof en om een heilig leven. Als iemand niet in geloof bidt, moet hij niet denken dat hij iets van de Heere ontvangen zal (Jak. 1:7). En Petrus waarschuwt ervoor dat onze gebeden verhinderd kunnen worden door een foute levenswandel (1 Petr. 3:7).

4. God is de soevereine Pottenbakker

Vertel over Job die zo ontzettend moest lijden en wiens gebeden door God níet verhoord werden. Door veel strijd heen leerde hij – in Nieuwtestamentische taal gezegd – dat God de Pottenbakker is en hij slechts de klei waarmee God mag doen wat Hij wil (Rom. 9:20-21). Dit is ongetwijfeld de moeilijkste les om te leren, maar voor een gezond gebedsleven kan hij niet gemist worden. God is degene die bepaalt of het antwoord op onze gebeden ‘ja’, ‘nee’, of ‘nog niet’ is. Laten we hier vooral ook niet onze zondigheid vergeten. Vertel kinderen en jongeren over de tollenaar en de nederige houding waarin hij bad: ‘O God, wees mij, de zondaar, genadig’ (Luk. 18:9-14).

5. God heeft een plan met deze wereld

Vertel over Jezus die in de tuin van Gethsémané bad: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt’ (Matth. 26:39). Dan wordt duidelijk dat zelfs Zijn wil onderworpen was aan Gods plan met deze wereld. In het Onze Vader had Hij Zijn discipelen trouwens al geleerd dat dát de focus in hun gebeden moest zijn: ‘Uw Koninkrijk kome…’ en niet hun eigen koninkrijkjes. Dat besef verhindert ons om zomaar in het wilde weg te bidden met onze eigen verlanglijstjes. Het gaat erom dat wij bidden ‘naar Zijn wil’ (1 Joh. 5:14). Daarin zit tegelijkertijd ook een bemoediging, zoals wel wordt gezegd: ‘God vervult niet al onze wensen, maar wel al Zijn beloften.’

6. God is te vertrouwen

Vertel ook maar over Paulus die een doorn in het vlees had, waarvan God hem ondanks aanhoudend bidden niet wilde verlossen (2 Kor. 12:7-10). Wat een, misschien wel letterlijke, pijn zal hem dat gedaan hebben. Toch was en bleef hij ervan overtuigd dat geen enkele benauwdheid hem zou kunnen scheiden van de liefde van Christus (Rom. 8:31-39). Ondanks alles hield hij vast aan de goedheid van God die – zeker weten – alle dingen zou laten meewerken ten goede, namelijk het gelijkvormig zijn aan het beeld van Zijn Zoon (Rom. 8:28). God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis (1 Joh. 1:5).

Vertel ten slotte over je eigen omgang met de Heere in het gebed. Dat zal de ene keer een ‘mooier’ verhaal zijn dan de andere. Kinderen en jongeren mogen het best weten als wijzelf er moeite mee hebben om ons bovenstaande eigen te maken. Maar ze hebben het ook zo ontzettend nodig om te zien en te horen dat mensen nog steeds leven met de God van Abraham, Job, Jaïrus en Paulus – die het zelf heeft gezegd: ‘Roep Mij aan in de dag van benauwdheid; Ik zal u eruit helpen en u zult Mij eren’ (Ps. 50:15).

Geschreven door: Herman van Wijngaarden