Het Woord bij de daad voegen
‘De kerk is voor kerkgangers.’ Dat dacht ik toen ik jonger was. De gedachte was nooit bij mij opgekomen dat de kerk voor méér mensen is dan alleen de bezoekers. Een mooie volkskerktraditie leert ons dat de kerk voor de buurt is of voor het hele dorp. Nu ben ik niet opgegroeid in de Hervormde kerk, mogelijk is het daardoor dat ik dacht dat de kerk alleen voor kerkgangers is. Maar volgens mij komt de gedachte ook in Hervormde gemeenten voor.
Er wordt veel gedaan in onze gemeente, maar vooral voor de kerkgangers zelf. De maatschappij met haar problemen laten we links liggen. Ondertussen zien we een sociaal activisme ontstaan dat helemaal losgezongen is van de kerk. Duizenden (vooral) jongeren zijn actief in klimaatmarsen, sit-inns en BLM-protesten (Black Lives Matter). Daarnaast zijn er honderden die zich inzetten voor een betere wijk of dorp.
Dat wringt een beetje. Hoe kan de kerk maatschappelijker worden en het maatschappelijke christelijker?
Perspectief
Ook christen-jongeren zijn sociaal actief, maar van hun geloof delen ze maar weinig. Er zijn hierin twee uitersten. Aan de ene kant van het spectrum zien we het idee dat het alleen gaat om de ziel. We moeten mensen het evangelie verkondigen, dat is het belangrijkste. Ik herinner me een artikel op het CIP over eerlijke koffie in de kerk. Onder het artikel kwam ik verschillende reacties tegen. De ene vond dat we aan uitgebuite koffieboeren beter maar het evangelie konden vertellen, dat had meer impact. Een ander vond weer dat de kerk in Nederland het al moeilijk genoeg had; er zijn belangrijkere dingen dan investeren in zo’n ‘linkse hobby’. U voelt hopelijk dat hier iets niet klopt.
Laten we dan naar het andere uiterste gaan. Sociaal activisme is daar booming. Er zijn de laatste maanden weer veel protesten. Vooral jongeren lijken de straat op te gaan om hun mening te uiten. Ze willen zich inzetten voor het milieu en voor sociale gerechtigheid. De bijbelse onderbouwing hierbij is dat Jezus kwam om recht te doen. Zijn volgelingen kwamen vooral uit de marge van de samenleving: prostituees, belastinginners, melaatsen, vrouwen en zeloten zijn de mensen die Hij aansprak. Hij komt voor hén en geeft hen een belangrijke plaats in Zijn bediening.
Maar… als dit het enige perspectief is, voelt het een beetje leeg aan. Is dat nu alles wat Jezus kwam doen? Maakt het nog uit of je christen bent of niet? En wat is dan het toekomstperspectief?
Pendulum
Kortom, actie te over. Ook onze eigen jongeren zijn actief. Ze zijn veel bezig met daden. Veelal is dit op initiatief van de jongeren zelf. De kerk komt in dit verhaal weinig voor. Er zal in hun opstelling geen verschil opvallen tussen humanistische jongeren en christelijke jongeren. Het onderzoek ‘Geloof en missie in het leven van jongeren’ liet dat zien. Wel zal de uitgangspositie verschillend zijn. Het mooie hieraan is dat er al jaren wordt gezegd dat we moeten laten zien waarin we geloven. We komen uit een tijd waarin belangrijker was wát je gelooft dan hóe je gelooft. Dat lijkt nu omgedraaid te zijn.
Bij de twee bovenstaande voorbeelden voelen we allemaal wel aan dat het wat eenzijdig is. Bij het ene zien we te weinig daad en bij het andere te weinig woord. We moeten op zoek naar het evenwicht.
Dat is geen makkelijke weg. In de praktijk blijkt het vaak een pendulum te zijn. De ene periode slaat de slinger meer uit naar de kant van de daad, en de volgende meer naar de kant van het woord. Het perfecte evenwicht zullen we waarschijnlijk nooit vinden. Naar aanleiding van het onderzoek zouden we wel kunnen concluderen dat het pendulum nu meer naar de daadkant uitslaat. Dat vraagt erom om in deze periode weer meer na te gaan denken over woorden. Hoe kunnen we het Woord bij de daad voegen?
Wat we in ieder geval niet moeten doen, is terug gaan naar vroeger: gewoon op een zeepkistje op de Dam mensen vertellen hoe het zit. Dat is een methode die in een bepaalde tijd resultaat boekte, de tijd van Billy Graham en de massale bijeenkomsten. Deze christelijke manifestaties kwamen voort uit een seculier fenomeen waarin grote bijeenkomsten ‘in’ waren. Ook de socialistische partijen konden grote massa’s mensen in beweging krijgen.
Denkduwtjes
Wat moeten dan wel doen? Hieronder een paar denkduwtjes.
Als eerste liggen er kansen in de kleine sociale groepen. Vaak is er in deze groepen veel ruimte om te zijn wie je bent. Denk bijvoorbeeld aan een werkgroep op de universiteit of een afdeling op het werk. Hier heerst meestal de accepterende gedachte van: ‘Ik ben oké, jij bent oké.’ Dit is een kans voor christelijke jongeren om iets over hun geloof te vertellen.
Vaak zijn jongeren bang om te vertellen dat ze christen zijn. ‘Want dan hebben ze al gauw een mening over je. Je krijgt gelijk de vraag wat je vindt van homo’s en of je vindt dat je niet mag samenwonen.’ Toch zijn dat soort vragen vaak helemaal geen aanval op hun geloof. Het is vaak oprechte belangstelling, omdat de vraagsteller nauwelijks jongeren kent die actief christen zijn.
Maak jongeren ervan bewust dat ze niet bang hoeven zijn om te vertellen over hun geloof. De buitenwereld is belangstellender dan ze vaak denken. Bereid jongeren in het jeugdwerk voor op deze vragen en gesprekken. Speel dergelijke gesprekken eens uit op de club of in de catechese.
Openheid
Als tweede zouden we moeten nadenken over onze openheid als kerk. Is er een plaats waar jongeren hun onchristelijke vrienden mee naartoe kunnen nemen? Jongeren vinden het moeilijk om een geschikte activiteit te vinden om hun onchristelijke vrienden voor uit te nodigen. De kerkdienst? Te moeilijk. De jeugdvereniging? Niet echt open voor buitenstaanders.
Veel van onze activiteiten als kerk zijn naar binnen gericht. Ongemerkt kunnen we het wel heel gezellig met elkaar hebben, maar vergeten we dat we ook een missie hebben. We moeten (kerk)groepen stimuleren om naar buiten gericht te zijn. Of organiseer anders nieuwe laagdrempelige contactmomenten waarvoor je wél de buurt kunt uitnodigen. Denk bijvoorbeeld aan bijbelleesavonden.
Als laatste zullen we naar onszelf moeten kijken. Hoe zijn wij voorbeeldfiguren voor de jongeren? Het is makkelijk praten als het niet over onszelf gaat. Maar hoe getuigen wij naar onze collega’s of dorpsgenoten? Doen we dit?
Wie transparant christen is, moet ook woorden hebben om daar iets over te zeggen.
Geschreven door: Niek van der Wiel