Basiscatechese als fundament voor reguliere catechese
‘Ze wist écht niet wie Pilatus was – en ze komt nog wel uit een kerkelijk meelevend gezin!’ De predikant zucht en kijkt me vragend aan. Hij merkt dit bij méér van zijn tieners. ‘Wat moeten we doen? Dan maar weer terug naar de basis? Moeten we de catechesemethode maar aan de kant schuiven en weer beginnen met de bijbelboeken?’
Hij is niet de eerste én niet de enige met deze vraag. Met enige regelmaat, vaak aan het begin van het winterwerkseizoen, horen we catecheten en predikanten hetzelfde verzuchten. Gelukkig blijft het daar vaak niet bij, maar wordt er ook actief nagedacht over de vraag hoe hiermee om te gaan. Dat er iets mee moet gebeuren, staat buiten kijf. Maar wát?
Twee reflexen
Bij de HGJB spreken we regelmatig met catecheten en predikanten die aan de slag zijn gegaan met mogelijke oplossingen. De eerste reflex is vaak: we moeten bij catechese weer meer gaan inzetten op kennisoverdracht. We laten catechisanten teksten uit de Bijbel en de Heidelbergse Catechismus leren, als extra bij de catechesemethode. De tweede reflex is ingrijpender: de stellingname dat de huidige catechesemethode blijkbaar niet meer voldoet. Soms gaan gemeenten daarom overwegen om zelf een methode te ontwikkelen, met het accent op kennisoverdracht.
Beide reflexen zijn begrijpelijk en komen voort uit oprecht verlangen. We weten hoe belangrijk kennis van de Bijbel en de belijdenissen is voor tieners. Het is de reden waarom we bij de HGJB zoveel nadruk op catechese leggen. We horen echter óók terug dat het in de praktijk niet werkt zoals gehoopt. Het gevolg is meer dan eens dat de catecheet volop gaat doceren en dat tieners moeten reproduceren. De motivatie van tieners om naar catechese te gaan daalt zienderogen. Ouders reageren vervolgens dat het hen doet denken aan ‘vroeger’. Catechese was toch van het stoffige imago af? Is het volgen van catechese dan tóch het voorbereiden op het belijdenisexamen? Van dat beeld wilden we toch af?
We weten hoe belangrijk kennis van de Bijbel en de belijdenissen is voor tieners
Wat beide reflexen gemeen hebben, is dat ze reactief zijn en gericht op de korte termijn. Ze lossen misschien het directe probleem op, maar ze gaan voorbij aan een grotere vraag. Hoe werkt geloofsleren en sluiten we daar als gemeente voldoende op aan? Als HGJB vinden we het belangrijk dat het leerproces door gemeenten gezien en uitgebuit wordt en dat daarbij niet alleen naar de leeftijdsfase voor reguliere catechese wordt gekeken. Daarom stellen we gemeenten vaak een andere vraag: hebben jullie weleens overwogen om basiscatechese in te zetten, voorafgaand aan de ‘reguliere’ catechese, om zo een fundament voor reguliere catechese te leggen?
Aansluiten bij de juiste leeftijdsfase
De HGJB-methode voor basiscatechese On Track is bedoeld voor jonge tieners van tien tot twaalf jaar, de leeftijdsfase van kinderen in groep 7 en 8 van het basisonderwijs. Dat is bij uitstek de leeftijd waarin je kunt doen aan kennisoverdracht. Tijdens dit traject worden ze meegenomen in de grote lijnen van de Bijbel. Ze krijgen zicht op de heilsgeschiedenis en ontdekken de weg die God gaat met mensen.
Jonge tieners zijn leergierig, staan open voor kennis en nemen dat op als sponsen. Ze zijn beter dan jongere kinderen in staat om grotere verbanden te zien en om te zoeken naar de betekenis van verhalen. Het ontdekken van de grote lijnen in de Bijbel past dus uitstekend bij deze doelgroep.
Bovendien stellen jonge tieners verrassende en verfrissende vragen aan bijbelteksten, waardoor het leren tweerichtingsverkeer wordt. Daarbij vinden ze het heel normaal om dat traject met volwassenen te doen, die hen daarin meenemen en samen met hen op ontdekkingstocht gaan.
Dat wordt anders tijdens de puberteit, als het referentiekader verschuift: vrienden, leeftijdsgenoten en inspirerende mensen op sociale media krijgen een grotere rol in hun vorming. Bovendien hebben puberende tieners wel behoefte aan informatie, maar beklijft dat vooral als het raakt aan hun eigen identiteitsontwikkeling. Hoe dichter bij de puberteit, hoe vaker de vraag klinkt: ‘Gaat dit over mij?’ Of: ‘Waarom moet ik dit weten?’ Leren voor de langere termijn wordt steeds moeilijker. Hoeveel ouders herkennen dit niet: de avond voorafgaand aan een toets wordt door de puber hard geleerd, maar een week later is hij het leeuwendeel alweer vergeten. Bij catechese is het helaas niet (altijd) anders.
Puberende tieners hebben wel behoefte aan informatie, maar dat beklijft vooral als het raakt aan hun eigen identiteitsontwikkeling.
Er zijn meer redenen om extra te investeren in de fase van de tien- tot twaalfjarigen. Jonge tieners hebben bijvoorbeeld een sterk gevoel voor wat goed en wat waar is, en wat daar tegenin gaat. Wie daarin investeert, helpt jonge tieners een fundament van christelijke (ethische) waarden vorm te geven. Jonge tieners leren bovendien graag samen. Het gezamenlijk ontdekken van de rode draad van de heilsgeschiedenis draagt niet alleen bij aan het kennisniveau, maar versterkt ook de ervaring van gemeenschap in de kerkelijke gemeente. Dat is geen bijzaak: het vormen van sociale groepen vóór de puberteit, vergroot de betrokkenheid bij de gemeente van tieners tijdens de puberteit.
Basiscatechese heeft ook een praktisch voordeel. De leeftijdsgroep van tien tot twaalf jaar valt in veel gemeenten soms een beetje tussen wal en schip. Catechese is nog een stap te ver, maar kinderwerk- en zondagsschoolmethoden sluiten vaak niet helemaal meer aan. Basiscatechese vult die lacune: het zet in op kennisoverdracht én op inwijding in de gemeente en de eredienst. Zo vormt het een schakel tussen de kinderfase en de puberteit en legt het een fundament voor het volgen van reguliere catechese.
Wat doen we met de huidige tieners?
Dit pleidooi voor basiscatechese roept misschien wel een vraag op: wat doen we met de huidige tieners? Is het een gelopen race met deze groep? Gelukkig niet. Het vraagt wel een andere aanpak. Enkele gedachten:
Leren is meer dan ooit relationeel. De huidige generatie tieners is een ándere dan die van vijftien, vijfentwintig of veertig jaar geleden. Vroeger was de uitdaging van catechese wellicht wat meer apologetisch van aard: zó kun (of moet) je geloven. Al luisterend en soms discussiërend vormde je je ideeën bij grote theologische thema’s.
Voor huidige tieners is dat complexer: ze hebben de wereld in hun broekzak. Ze zijn betrokken op het lot van anderen, ver weg en dichtbij, maar ervaren ook de druk om maar niet aan de kant gezet te worden. De (christelijke) influencer op TikTok of Insta bereikt de tiener, qua frequentie, bovendien vaker dan de catecheet of predikant, met als gevolg dat zoiets als ‘gezag’ een andere lading krijgt. Wie spreekt de waarheid? Wie heeft het voor het zeggen in het (geloofs-)leven van een tiener?
De (christelijke) influencer op TikTok of Insta bereikt de tiener, qua frequentie, bovendien vaker dan de catecheet of predikant
De uitdaging bij tienercatechese in onze tijd is om de leefwereld te koppelen aan wat de Bijbel zegt. Die positie is bijzonder: catechese is bij uitstek een plaats waar leren en leven bij elkaar kunnen komen. Dat vraagt van iedereen die betrokken is bij tienercatechese wel om bereid te zijn te luisteren naar wat er door tieners gezegd wordt. Welke vragen hebben tieners? Wat horen en zien zij om zich heen en hoe kan catechese daarop aansluiten? De HGJB-catechesemethoden helpen hierbij door handvatten voor het gesprek te geven en aanknopingspunten voor het geloofsgesprek te bieden.
Verder is voor veel tieners de Bijbel vooral ‘een boek’. Vanzelfsprekend voor christenen, niet vanzelfsprekend altijd ‘de waarheid’. Sluit aan op díe ontwikkelingen, op de vragen waar zíj mee te maken hebben en ga met hen in gesprek met de Bijbel, op zoek naar hoe de Bijbel hen wil gidsen en leiden in hun leeftijdsfase. Luister naar waar tieners mee komen, sluit aan op hun ontwikkelingen en leef voor wat het betekent om met en vanuit de Bijbel te leven. Voordóen doet bij de reguliere catechese meer dan voorschrijven!
Geschreven door: Mariska Buitink
Recent
Steun de HGJB
On Track is ontstaan vanuit de behoefte aan een methode die specifiek aansluit bij de ontwikkelingsfase van 10- tot 12-jarigen. Jonge tieners zijn vaak nog heel leergierig. Hun brein werkt als een spons: ze vinden het leuk om veel te weten te komen, maar óók om daarover met elkaar in gesprek te zijn en al pratend van elkaar te leren. Ook leren ze steeds meer om verbanden te leggen en grote lijnen te zien. Het is de leeftijd om bijvoorbeeld verbanden tussen de bijbelse geschiedenissen aan te leren.