Werken aan een positieve catechesegroep
De catechesegroep is een wirwar van relaties – tussen jou en de catechisanten en tussen de catechisanten onderling. Hoe kun je deze groepsdynamiek positief sturen en beïnvloeden?
Groepsdynamiek gaat over gedrag dat zichtbaar is in élke groep. Vaak laten we dat ‘gewoon’ gebeuren. Soms hebben we niet door dat we er wat mee kunnen. Dat de dingen in een groep gaan zoals ze gaan, is echter geen vast gegeven. Gelukkig niet: je kunt positieve groepsvorming vanaf het begin stimuleren en je kunt ingrijpen als de groepsdynamiek niet opbouwend is. Daarom is het goed om de fasen van groepsvorming te herkennen, zodat je weet wat je kunt doen om jouw catechesegroep te vormen. Sociaalpsycholoog Jan Remmerswaal, expert op het gebied van groepsdynamica, helpt ons hierbij met zijn beschrijving van zes fasen van groepsvorming1.
1. Voorwerk
Groepsvorming start al vóór de eerste catecheseavond, tijdens de ‘voorfase’. De catechisanten worden verdeeld in groepen en krijgen een uitnodiging voor het nieuwe seizoen. De benodigde materialen worden aangeschaft. Klaar voor de start? Nog niet: de praktische organisatie vormt slechts een klein onderdeel van het groepsproces.
In deze eerste fase zou het meer moeten gaan over de sociale context. Kom daarom als catechesecommissie voor het seizoen bij elkaar en investeer in de onderlinge relatie: de positieve groep die jullie vormen, is uitnodigend voor jullie catechisanten. Neem vervolgens de tijd om onderstaande vragen met elkaar te bespreken:
- Wie komen er naar catechisatie en wat weten we over hen?
- Hoe ziet het programma eruit? Welke keuzes maken we in werkvormen? Hoe zorgen we ervoor dat we de types ‘hoofd’, ‘hart’ én ‘handen’ aanspreken?
- Welke rol hebben wij als catecheten/mentoren? Waar zien we naar uit en waar zien we mogelijk tegenop?
- Welke basisvoorwaarden vinden we belangrijk tijdens dit catecheseseizoen? Hoe kunnen we die gezamenlijk uitdragen?
2. Kennismaking
Dan breekt de eerste avond aan. De catechisanten druppelen binnen en kijken rond: wie zijn er en wat heb ik aan de anderen? Wat gaan we precies doen? Waar word ik verwacht? Wordt er hier naar me geluisterd? Sommigen zijn afwachtend, misschien onzeker; anderen proberen te onderzoeken hoeveel ze hier te zeggen hebben. We bevinden ons in de ‘oriëntatiefase’.
Bij catechese speelt kennisoverdracht een grote rol, maar ook het geloofsgesprek. Om met elkaar van hart tot hart te kunnen spreken, is er een relatie nodig. Tijdens de oriëntatiefase loont het om hierin te investeren met behulp van kennismakingswerkvormen. Hiermee laat je zien: we zijn op jou betrokken, er wordt naar je geluisterd en jouw bijdrage doet ertoe.
Leg de nadruk op het gemeenschappelijke (‘we doen dit samen’) en schenk aandacht aan de vraag: hoe gaan we hier met elkaar om (de spelregels en afspraken tijdens het catecheseseizoen)?
Als de voor- en oriëntatiefase goed doorlopen zijn, is er sprake van een omgeving waarin duidelijke kaders en voorwaarden gelden en waarin afspraken consequent nageleefd worden. Iets wat in de volgende fasen onmisbaar is.
3. Invloed en 4. Relatie
Zodra het voor catechisanten duidelijk is hoe een catecheseavond eruitziet, krijgen ze aandacht voor het functioneren van de groep. Ze gaan grenzen verkennen: welke invloed heb ik? Wie heeft er invloed op mij? Wie bepaalt wat we gaan doen? Door wie wil ik me laten beïnvloeden? Met deze vragen start de ‘invloedsfase’.
Naast het aftasten van de groepsgrenzen, worden ook de relationele groepskenmerken onderzocht. Hoe persoonlijk gaan we hier met elkaar om? Kunnen we elkaar vertrouwen? Hebben we sympathie voor elkaar? Deze vragen vormen de ‘affectiefase’, waarin afstand en nabijheid binnen de catechesegroep worden verkend. De invloedsfase en affectiefase wisselen elkaar vaak af.
Sommige catecheten en mentoren vinden deze twee fasen spannend. Toch horen ze er helemaal bij. Door de antwoorden op deze vragen af te tasten, wordt namelijk duidelijk wat de groep nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Twee adviezen die bij deze fasen helpen:
- Wees helder en consequent in het naleven van de gemaakte afspraken tijdens de voor- en oriëntatiefase.
- Maak gebruik van werkvormen die catechisanten uitdagen om samen te werken. Door te werken met verschillende soorten opdrachten, leren ze zichzelf uit te drukken, maar ook te luisteren naar wat anderen delen, om zich vervolgens daartoe te verhouden en zich te laten vormen.
5. Gerijpte groep
Als de voorgaande fasen goed doorlopen worden, gebeurt er iets moois. De aandacht verschuift langzaam maar zeker van de onderlinge wisselwerking naar persoonlijke betrokkenheid. Remmerswaal spreekt dan van een ‘autonome of een gerijpte groep’. Catechisanten durven nu hun gedachten uit te spreken. Er wordt naar elkaar geluisterd. Het gaat niet meer om de vraag: ‘Wat kan ik hier halen?’, maar: ‘Hoe kan ik bijdragen aan een goed gesprek over dit onderwerp?’ Als mentor of catecheet kun je dit proces bekrachtigen, door met waardering over de groep te spreken en door ze jouw vertrouwen te geven.
6. Afsluiting
In het voorjaar wordt het catecheseseizoen afgesloten. Hoewel de meeste catechisanten elkaar volgend seizoen weer terug zien, is de samenstelling van die groep dan vaak net even anders. Besteed daarom aandacht aan de groepsafsluiting. Dat gebeurt op twee manieren. Enerzijds is er het afsluiten van het groepsproces (het taakgerichte aspect), door met elkaar te evalueren hoe het catecheseseizoen was. Daarnaast neemt de groep ook afscheid van elkaar (het sociaal-emotionele aspect). Dit kan bijvoorbeeld door een gezellige activiteit te organiseren of door voor elkaar een bemoediging op te schrijven.
De hierboven beschreven fasen volgen elkaar niet altijd in deze volgorde op. Soms blijft een groep steken bij de oriënterende fase, of bij de invloedsfase. Tegelijkertijd kan het ook voorkomen dat een autonome groep zichzelf weer moet herontdekken, omdat er bijvoorbeeld een catechisant verhuist. Door als mentor of catecheet betrokken te zijn op de groep, zul je ontdekken dat je de signalen van de verschillende fasen leert herkennen, ze bespreekbaar kunt maken in de groep en ze aan kunt grijpen om de groep te helpen om zich positief te ontwikkelen.
1 Handboek Groepsdynamica (11e druk, 2015, Uitgeverij Boom/Nelissen)
Geschreven door: Mariska Buitink
Meer weten? Nodig ons uit voor een toerustingsavond over groepsdynamiek bij tiener- en jongerengroepen in jouw gemeente!